De verplichte controle

Vastgelegd in het logboek

De Beheerder brandmeldinstallatie heeft de taak om periodiek controles uit te voeren en daarvan verslag te doen in het logboek. De volgende punten moeten in het logboek geregistreerd worden;

  • Alarmmeldingen.
  • Storingen.
  • Uitgevoerde controles.
  • Reparaties.
  • Wijzigingen.


De verplichte controle bestaat uit een maandelijkse en een 4- en 8-maandelijkse controle.
 

Maandelijkse controle

  • Een visuele controle van de brandmeldcentrale, het eventuele brandweerpaneel en nevenpanelen.
  • Controle van de werking van optische en akoestische indicatoren, zoals LED’s en zoemers.
  • Een test van de doormeldfunctie voor brandmeldingen
  • Verificatie van de ontvangst van de brandmelding bij de PAC/RAC.
  • Toetsing van de doormeldfunctie voor storingen door het nabootsen van een storing.
  • Verificatie van de ontvangst van de storingsmelding bij de PAC/RAC.

De 4- en 8-maandelijkse controle

  • Alle controles die u ook bij de maandelijkse controle uitvoert.
  • Visuele controle van de brandmelders.
  • Visuele controle van de bereikbaarheid van de handbrandmelders.
  • Visuele controle van de afstand (minimaal 30 cm) tussen brandmelder en inventarisgoederen.
  • Controle op veranderingen binnen de detectiezone, bijvoorbeeld in ruimtegebruik, inrichting, ventilatiesysteem of bouwconstructie.
  • Controle of het alarmorganisatieplan up-to-date is.
  • Controle of de bedieningsvoorschriften, installatieplattegronden, blokschema’s, etc. nog up-to-date zijn.
  • Controle van de meldfunctie van alle meldergroepen.